Ik heb tussendoor ook nog andere dingen gedaan. Of mischien moet ik zeggen dat ik, naast al die mensen die ik uitgenodigd heb om werk te maken in mijn slaapkamer, ik ZELF ook nog werk heb gemaakt. Nou ja, een soort van.
Eentje is dit: Anomalies
(Ik vroeg expats hier in Yogya een object (nou ja, heel breed hoor...) te beschrijven dat voor hen hun land van origine vertegenwoordigt. Die beschrijvingen heb ik meegenomen naar mensen, handwerklieden hier, die in basis materialen werken: hout, bamboe, metaal, textiel, keramiek, etc. Aan hen heb ik gevraagd om de objecten die die expats hebben beschreven te maken, aan de hand van de omschrijving. Ik heb geen tekeningen of ander beeldmateriaal gegeven, en ook niet te gedetailleerd uitglegd wat dat object dan wel was en hoe het eruit zag. Ik wilde dat ze hun eigen voorkennis of, bij gebrek daaraan, fantasie gebruikten om een interpretatie te maken van die objecten. Dat waren overigens dingen als: een kaasschaaf, frietjessnijder, veranda van 't huis van moeder ten zuiden van Kuala Lumpur, de glimlach van oma, Japanse seizoenen.)
(daar kwamen dit soort dingen uit:)
Anomaly #1
'Stainless steel cheese slicer' (Netherlands)
Iron
made by Septyanto
Anomaly #3
'My mother's farm south of Kuala Lumpur, to sit on the deck with my parents with a view of the fishpond and the distant hills. This is a place she created from scratch, and with a garden that is coonstantly flourishing and changing, and where we are always welcome.' (Malaysia)
Painting
made by Nur Saman
Anomaly #8
'A cup of coffee' (France)
Bamboo
made by Muyotan
Lugas sliep onder mijn bed. Drie nachten. Drie nachten lang heb ik geslapen in mijn bed, waaronder een jongen lag. Veemd genoeg was het helemaal niet ongemakkeijk. Integendeel, het idee dat er iemand onder mijn bed lag te slapen gaf me verrassend genoeg... een gevoel van veiligheid. Daarnaast was het ook gezellig, een gek soort pyjamafeestje. Overdag was hij weg, bezig met zijn eigen dingen. Maar 's avonds, rond een uur of acht, negen, was hij er dan. Dan lag hij onder mijn bed, op de kale grond, te rommelen met ijzerdraad en stukjes papier. 'Zie je', was zijn redenatie, 'Het is een residency, dan maak ik er ook een residency van. Dan is de ruimte onder jouw bed mijn tijdelijk huis en atelier.'
We communiceerden met post-it briefjes, soms, dat was eigenlijk de bedoeling. Maar het grooste gedeelte van de tijd kletsten we, en we kletsten door totdat één van ons moe was. De eerste nacht hoorde ik hem, daar recht onder me, stil slapen. De nacht daarop hoorde hij mij snurken, terwijl hij een hoofdkussenvan post-it-jes maakte. De derde nacht hebben we geen van beiden veel geslapen, omdat hij ijzerdraad door de planken van de bodem van het bed vlocht, waarbij hij steeds het matras, met mij erop, een stukje omhoog moest duwen...
En wat bevindt zich dan wel daar onder het bed? Wel. Kleine krabbel-tekeningetjes op de bedbodem, woorden, een ijzerdraad waslijn met post-it kleertjes eraan. Een post-it met daarop: 'I feel so happy, right now. First night.' En een post-it hoofdkussen met daarop getekend een warrig netwerk van spoorwegen, en aan de zijkant, op de vloer, geschreven: 'LAND OF DREAM', en aan de bovenkant een kikker met een kroon. Een klein peertje aan een touwtje, met aan de andere kant van het touwtje een springveer. Een leren jas, een hoed, een tas. Boeken. Een post-it met daarop: 'I need more toys'. Een post-it van mij afkomstig met een tekening van een computer en een mug. En zo meer willekeurigs, de overblijfselen van Lugas' residency.
( Eindelijk hebben we onze Mystery Guest kunnen zien...
Dit is 'm niet (hij was verdwenen toen we met onze ogen knipperden), maar zo zag hij er wel uit! Op die gezegende nacht dat onze huis-tokeh zich aan ons openbaarde, nonchalant scheef klevend aan de buitenmuur van de pink house, boven het afdakje bij de tafel... Cassie en ik waren overigens de enige mensen die vertederd oeh en ah riepen, de Indonesiërs vertellen vooral verhalen over hoe een tokeh nooit meer loslaat als hij zich aan je vastklampt, en dat hij tot overmaat van ramp venijnig bijt. Maar dit terzijde)
Nindityo deed erg geheimzinnig over zijn mini-residency. Iets met de bewakers, Mas Sarono en Mas Joko... En iets onder mijn bed. En daar grijnsde en lachte hij dan een steeds beetje bij, maar meer kreeg ik er niet uit.
Stukje bij beetje kwam zijn werk binnen. Anderhalve week van tevoren vroeg Nindityo om één of twee kledingstukken van mij, die ik niet meer droeg. Een paar dagen later legde Mas Sarono drie van Nindits stenen werken in mijn atelier neer, vormen van Javaanse haarwrongen. De dag daarop kwam Nindit zelf, met dochter Yona. Ze hadden volle plastic zakken bij zich. Mas Joko en Mas Sarono waren er ook, en ineens gebeurde er van alles.
Nindit en Yona zaten op de grond in mijn atelier met een emmer. Ze wasten gemberwortels, en koenjit, en sereh, en er was nog meer, in al die plastic tasjes verspreid op de vloer. Mijn groene hemd, dat ik aan Nindit had gegeven, was een 'see-buy-fly' tas geworden; geborduurd in grote lullige rose letters, aan de onderkant dichtgenaaid. Het werd volgepropt met al die specerijen.
Mas Joko en Mas Sarono waren buiten aan het werk; zij wasten gember-en koenjitwortels, en sneden die in stukken.
Intussen stond er in mijn kamer, onder mijn bed, al een gestippeld kinderzwembadje, half gevuld met water. De see-buy-fly tas lag er in, als een vette vakantie-buik vol met Indonesisch lekkers.
En nog meer ging erbij: witte peperkorrels, kruidnagel, kaneelstokken (gigantische!), en dingen die ik niet kon thuisbrengen.
En toen het gedaan was, kwam iedereen het werk bewonderen.
Maar toen! (dit moet je even van dichtbij bekijken): dag 1, dag 3 en dag 5. Zo jammer. Het was zo'n mooi werk!
De vierde nacht stonk het zo erg, dat ik maar in de andere kamer ben gaan slapen. Het mocht niet zo zijn! Dus toen heb ik nindit toch maar vriendelijk verzocht er iets aan te doen, en de volgende dag kwam hij, met dochter Sae en mas Joko, het geheel weer weghalen. Het badje leeg, kruiden sorteren (misschien toch nog een keer het werk opnieuw installeren..?), alles wassen, kamer dweilen, ventilator voor de frisse lucht.
Mella kwam binnen, het was ochtend. De videocamera stond aan, de stoel stond al bij de muur. Ze stak haar hand uit en zei:' Hi, my name is Mella Jaarsma from Cemeti Hair Extension Studio'. En toen begon ze heel hard te lachen, en zei: 'Nee, nee!!! Haaahaha! ik zei iets verkeerd, het moet overnieuw!' Waarop ik de camera stopzette en het bandje terugspoelde. Overnieuw. 'Hello, my name is Mella Jaarsma from Cemeti Extention Studio. And you?' Ik mompelde een groet en iets van mijn naam. Mella ging verder met de mededeling dat ze 'would extend my tattoo', en ze wees me naar de stoel voor de camera. Ik mocht gaan zitten, en ook mocht ik kiezen uit 3 verschillende markers die ze bij zich had: blauw, rood en zwart.
Eerst volgde (in rood) ze nog min of meer de contouren van mijn tatoeage, maar toen tekende ze mijn hele arm vol, langzaam omhoog. En verder op de muur, waarze ook elementen van het gesprek dat we hadden intgreerde in haar tekening, en later weer verder naar beneden op mijn andere arm. Nog wat op mijn borst, en toen was het klaar. Een tweede extention-avontuur kwam later in de week: Ipo was opgetrommeld om dit keer wél extentions in mijn haar te maken. Het werden er niet zo veel, maar de dreads en plukken nephaar werden soms wel anderhalve meter lang.
Ik werd weer tegen dezelfde muur op dezelfde stoel geplant, en één voor één spijkerde Ipo mijn lange lokken tegen de muur, tot ik leek op Medusa, of een meer lokale godheid waarvan ik de naam vergeten ben. Nog even overlegden Ipo en Mella of ze me zo zouden laten zitten, maar gelukkig mocht het ook allemaal weer los.
Toen was Popok aan de beurt. Hij wist niet zo goed wat hij wilde doen, en veranderde steeds zijn plan. Me bespioneren of een stripboek over me maken, iets met paarden (ik ben paard in de Chinese astrologie, vandaar)... Het zou een stripboek worden, en daarvoor kreeg ik een vragenlijst toegestuurd, en werd ik een dag lang overal geschaduwd door een mij-fotograferende Popok. Op een dag kwam ik ijn kamer binnen, Waar plotseling een paard op de deur zat, aan de binnen-en buitenkant, en een paardestaart uit mijn koffer stak, en ook mijn gordijn en kast spreekbalonnetjes hadden gekregen. En het stripboek zat nog in de pijpleiding.
Vanavond begint Nindityo: Hij heeft van tevoren de ruimte onder mijn bed al gereserveerd, en doet iets waar hij de nachtbewaker, Mas Sarono, voor nodig heeft....
Een 3 daagse workshop zou het worden. En we zouden eens flink diep op de stof ingaan. Ik zou ze laten zweten die studenten. Dat was het idee.
Al van tevoren had ik bedacht dat het eens tijd voor me werd om wat meer ervaring op te doen met lesgeven, en omdat hier van ons verwacht wordt dat we een aantal dingen vooor de kunstgemeenschap doen, leek een workshop me wel wat.
Ik had veel en lang voorbereid. We hadden het voor het gemak maar genoemd 'kostuum workshop', maar misschien had het moeten heten 'transformatie mbv kleding of lichaams-decoratie'. Ofzo. Via Afrikaanse ceremoniële kostuums van verschillende stammen ging het naar kleding en hoofdtooi van Siberische sjamanen, naar Amerikaanse 'Furries' (google dat maar eens), naar traditionele kleding van (huidige) Mayas in Guatemala, naar Maori tatoeages, naar Japanse Junihitu, naar uniformen, travestie, en uiteindelijk make up, bodybuilding en plastische chirurgie, en hedendaagse kledingcodes aan de hand van de Exactitudes van Versluis en Uyttenbroek. Misschien een beetje breed, maar ik vond het zelf iniedergeval reuze interessant. Nu moest ik het nog over zien te brengen... ai! Toen het moment daar was, en ik mijn powerpoint gaf met al die (wel 15!) studenten voor mijn neus, zakte mijn enthousiasme al wat. Of nee, het zakte niet, het was meer dat ik er niet meer zo goed bij kon. Er zat een zekere... nervostiteit in de weg, waardoor ik steeds de draad kwijtraakte. Ineens wist ik dan niet meer HOE ik moest zeggen wat ik bedoelde, en dan moest ik eerst lang nadenken en daarna zoiets uitstoten als
'eeeuuhhh',
en dan was ik maar gewoon even stil...
En dan keek iedereen zo naar me...
En dan zei ik maar: euh ja ik weet ook niet wat ik hiermee bedoel!
En dan ging ik snel door naar het volgende onderwerp.
Later kwam ik er wel wat meer in. Het helpt als je zo gefascineerd bent door je eigen lesmateriaal, geloof ik. Toch voelde ik me enigszins opgelaten achteraf, vooral toen ik nogal lauwe reacties kreeg van studenten op mijn vraag wat ze ervan vonden...! Was het de taal? Was het gewoon niet interessant? Te vaag? Te veel? Te slecht overgebracht?
(degene die daar geeuwt is onze assistente Agni, dus geen student, dat je dat maar weet!)(zo erg was het nou ook weer niet)
Maar goed, ze gingen naar huis met een opdracht, en zouden schetsen laten zien de eerstvolgende keer.
Afgelopen vrijdag was dat (het is 3 keer): Mensen kwamen met de meest geweldige voorstellen voor kostuums waarvan ik de meest hilarische wel vond de 'Revenge of the Fish', een gigantische vis met een halfopengesperde bek waar de kop van een kat uit steekt. En dan te dragen als pak! Heel mooi. Ook de draagbare vuilnisbak was een goeie. En de materiaal-restjes-engel. Ik probeerde een soort gesprek op gang te krijgen, iedereen naar elkaars werk te laten kijken en becommentariëren. Ik herinner me dat dat de momenten waren waar ik het meest van leerde op de academie, maar hier bleek dat heeel moeilijk... Het enige commentaar werd gegeven als mensen een idee goed vonden; dan zeiden ze 'Ik vind het goed'... Indonesische indirectheid? Doen mensen dat hier niet op de kunstacademies? Ik hoorde van wel. Engels een barriere? Maar er was een vertaler, ze konden in hun eigen taal praten... Ik heb geen idee.
Mijn voorstel om de kostuums te dragen tijdens de opening van Wiyoga en mij in Cemeti, en om er dan gelijk maar een kostuumfeestje van te maken, viel iniedergeval in goede aarde. Ze zeiden veel 'ja', en knikten ook.
Ik heb mijn eigen residency-programma opgezet hier in Yogyakarta. Het is in mijn slaapkamer. Elke week nodig ik iemand uit om een werk te komen maken, met als stelregel dat het gebeurt in de kamer, en dat het reageert op de situatie daar.
De eerste gastkunstenaar was Octora, de vorige Landing Soon- kunstenaar uit Bandung. Zij heeft een tekst in mijn muggennet geborduurd om me te helpen slapen. 'Sleep' 'dream' 'is' 'golden' 'ticket'. In rose en rode letters zweven de woorden voor mijn ogen als ik in mijn bed lig. Drie avonden hebben we in mijn kamer doorgebracht, Octora op mijn bed aan het werk en ik ernaast, met glazen bier en genoeg om over te praten.
Toen was Casandra aan de beurt: met zoon Henry rondstuiterend in het huis, heeft ze een paar dagen gewerkt aan een installatie waarin ze AL mij kleren heeft verwerkt. Stuk voor stuk aan elkaar gespeld en genaaid tot een los-vast wild en kleurrijk net dat achter mijn bed langs de hele muur en het raam besloeg. Ik droomde erover, twee nachten achter elkaar... Wat er zo mooi aan was, was dat ik de installatie ook langzaam weer moest ontmantelen. Telkens als ik een schoon kledingstuk aan wilde trekken, moest ik iets er vanaf halen, voorzichtig, draadjes losknippen, spelden loshalen. Het geheel is in die paar weken dat het er hangt steeds meer vervallen geworden. Nu hangen er alleen nog een paar dingen die ik hier niet zo snel zal dragen; schoenen en een warm vest...
Restu was mijn derde gastkunstenaar. Ze komt uit Jakarta, en is veel hier in Yogya. Schildert, vooral, maar ze vertelde ook over een werk dat ze gemaakt had voor de Jakarta Biennale: bubbeltjesplastic over de relingen van de perrons voor de bus, zodat mensen die lang moesten wachten tijdens spitsuur (verkeer schijnt een hel te zijn in Jakarta), iets te doen hadden: bubbeltjes poppen! Altijd een goed tijdverdrijf.
Van mijn kamer heeft ze wat meer... een kamer gemaakt: ik heb er nu een plant bij, naast de deur, en een raam van waaruit ik mijn hond kan zien zitten (levensecht aan de hand van een foto). En ik heb ook een vloerkleed onder mijn bed, een een deurmat met 'welcome' erop, en er komen krullen uit mijn kast. Ook heeft ze een bijdrage geleverd aan de installatie van Cassandra, en het klapstuk: een man in mijn bed. Hij is een beetje plat en doet niet veel anders dan slapen, maar hij si vast heel aardig als hij wakker is, en een beetje gezelschap 's nachts is ook wel fijn. Slapen in zeester-houding is er niet meer bij, ik lig nu voorzichtig op de linkerhelft van mijn bed, en probeer ook om niet steeds mijn boek en m'n wekker op hem te leggen.
Toen was Simponi aan de beurt. Het is een collectief van 4 meiden, en Simponi staat voor: Sindikat Monster Pony. Ze dragen ook allemaal hun haar in een pony. Meestal werken de dames met tweedehands kleren, en ze maken er allerlei dingen van: lampen, en tassen en ondefinieerbare zwevende blobs. Nu kwamen ze mijn tafel transformeren tot een ondefinieerbare tafel...Het is nog niet klaar (de meiden zijn beoefenaars van rubber-time-in-extremis), maar over mijn tafel hangt op dit moment een verzameling van aan elkaar genaaide bloezen en t-shirts. Veel bloemetjes, veel rose.
Mella Jaarsma is deze week aan de beurt, ze komt vrijdag en zaterdag werken. Iets met mijn videocamera, en ik moet aanwezig zijn, en verder mag ik niets weten. Daarna is Nindityo, en dan nog Lugas Syllabus, en Popok Tri Wahyudi, en Caroline Rika. En laatst vroeg Jaya, een jongen die ik vaag ken, maar die dus blijkbaar met geluidskunst bezig is, of hij iets mocht doen. Zo rolt dat balletje dus, heel leuk. Ook met Kinoki, een filmclub die geen vaste plek meer hebben e nu guerilla-stijl overal en nergens films vertonen, ben ik bezig om een film in mijn kamer te draaien.
Verder houd ik me voor mijn eigen nieuwe werk bezig met vreemdelingen, eilanden en Franse toetjes.
Namens het ‘Artist in Residency’ programma Landing Soon van Heden en Cemeti Art House, verblijft Rosalie Monod de Froideville gedurende drie maanden in Yogyakarta, Indonesië. Op deze blog beschrijft zij haar ervaringen.